Ja, het is een trendy woord geworden. Mensen delen via sociale media hun momentjes: sorbet op het terras, uitje met collega’s, bad in de tuin, nieuw kapsel enzovoorts. Je kunt ergens zijn of iets doen en daar enorm van genieten. Het is niet mijn stijl om wat ik doe hoogfrequent uit te zenden. Vrienden klagen er ook niet over dat ik zo zelden mijn profielfoto vernieuw. En het voorkomt ook teleurstelling. Want stel dat je op Facebook roeptoetert ‘de tapas hier in het eettentje vlakbij de Ramblas in Barcelona zijn heerlijk’ (met actiefoto) dan kan iemand zomaar reageren met ‘o leuk; zijn wij al een paar keer geweest; maar je moet vooral ook eens de Plaza Regina in Sevilla doen.’ Dan denk je al gauw: dit doe ik nooit meer.

Toch wil ik niet neerbuigend doen over het delen van geluksmomentjes. Want wanneer je ergens enthousiast over bent is het een gezonde reactie als je dat wilt delen. Want achter een klein momentje zit vaak een groot geluk. Ik probeer een voorbeeld uit mijn eigen onopvallende leven, waarbij ik kuier als  willekeurige burger, in een modale woonomgeving, met gemiddeld normale mensen, op een doorsneedag, onder omstandigheden die volkomen voorspelbaar zijn. Een paar keer per week doe ik dat, ’s morgens vroeg wandelen met een vriend door de groene randen van ons dorp. We nemen verschillende routes, dichtbij de bebouwing, maar aan de buitenkant ervan, vaak uit de flank tot en met de Wezeper heide of een deel van het Klompenpad. We verschillen in interesses, hij is meer een B-, en ik een A-figuur (om het simpel te houden). Hij doet dingen die ik niet doe - gelukkig - en vice-versa. Gespreksstof dus te over.

We zien dingen, we zien mensen. We komen langs huizen waarvan de keurig aangeharkte grinterven zich kunnen meten met de boerderijen in Staphorst op zaterdagnamiddag. Mooie hekwerken, designtuinen, rust alom, waarschijnlijk zijn alle bewoners naar hun werk. Enkele straatjes zijn vernoemd naar gereedschappen als sikkel, egge, riek, schoffel, maar die dingen zijn kennelijk in de strak gelakte schuren opgeborgen. Veel huizen kijken je vriendelijk aan vanuit hun groene innesteling. In contrast met de nieuwste woningen in de straten, want daar worden de schuttingen steeds hoger; het ‘flink veel glas dan kun je zien hoe of het bankstel staat bij Mien’ (Wim Sonneveld) lijkt op z’n retour.

Steevast passeren we enkele jonge senioren - meestal dezelfde - die ook hun vaste route doen, en een paar vaste trimsters. Vrijwel iedereen groet elkaar. En we groeten de bekende wijkgenotes die hun hond of meerdere hondjes uitlaten. Soms even een praatje over het weer, allemaal heel knus, dorpsgezellig. Nu we het er toch over hebben: waarom eigenlijk zelden een mannelijke trimmer of hondenuitlater? Nou ja, bij uitzondering is er wel eens eentje, twee maand geleden zag ik er nog een, maar de houding is dan meestal niet zo uitgelaten als die van de hond. Hij straalt eerder iets uit van ‘mijn vrouw zei me dat ik dit moest doen’, of ‘de kinderen wilden een hond, maar nu draai ik ervoor op.’ De lommerrijke omgeving kent ook achterafweggetjes met weidse namen als Enkweg, De Steeg, Heigraaf, de Soppe.

Dan nog die heg waarachter zich een hond verschuilt die pas als je vlakbij bent ineens schel en venijnig begint te blaffen. De eerste keer schrok ik me lam, maar inmiddels ben ik voorbereid. Hoewel, pas liep ik in gedachten, hij had dat waarschijnlijk in de gaten, en ging volledig onverwacht uit zijn dak. Ik stond stijf van de schrik: hij had me weer te pakken en ik moest mezelf vermannen om verder te kunnen. Ik keek nog even achterom: zou hij stiekum zitten te ginnegappen dat het hem weer is gelukt? Maar de heg geeft zijn genietmomentje niet bloot. Vaak ook weer het korte gesprekje met die krasse maar lieve dame die me vertelde dat ik zoveel lijk op een Belgische kennis. In de herfst praat ik met haar over de appels die vallen, in de winter over de verraderlijke gladheid op het bobbelige weggetje, en in de zomer over de beukenheg die zo krachtig groeit dat er niet tegenop valt te snoeien. Ooit kreeg ik van haar het zorgvolle advies om niet te hard te lopen omdat ik er te mager van zou kunnen worden. Mijn vriend reageerde er niet op, en ik waardeerde dat.

Nee, verwacht van mij dus niet veel plaatjes of praatjes over hoe royaal mijn ijsje, mijn gemaaide gazon, mijn heerlijke kleinkinderen, met welke andere mafkezen ik hier zit te vergaderen, het intieme barbecueën met vrienden, noem maar op. Ik heb ze wel die momentjes, en geniet er intens van. Maar klein genieten zit ook in zonder woorden en Facebookloos in je tuin naar de lucht zitten kijken. Of op de bank zitten kijken naar je spelende kleinkinderen. Of een heerlijk gesprek met vrienden van vroeger, een goed boek lezen, kip-Tandoori koken, of het normale luisteren naar de eeuwig ruisende bossen bij Mulligen. Of met mijn vriend discuteren. Hij gedoogt mijn beweringen, maar ik zal hem eens vragen ook eens zijn genietmomentjes hier te beschrijven.

Ton van Leijen ()