Een beetje ongewoon wat de gemeente Oldebroek doet: een campagne openen om meer openheid te creëren. En dan vooral gericht op jongeren om over hun zorgen of problemen met anderen te praten. Als dat niet gebeurt kan het uiteindelijk ernstige gevolgen hebben. De ‘Luister-jij-wel ‘campagne is gericht op alle inwoners. Het ondersteunt meteen een gelijklopende activiteit van de gezamenlijke kerken om eenzaamheid aan te pakken. Waarom ongewoon? Waarom bijzonder? En wat zegt het over ons als samenleving?

Opvallend eigenlijk dat de gemeente in deze campagne in feite een beroep doet op de deugden van inwoners. Zo’n activiteit van de overheid wordt soms met argusogen bekeken. Je kunt dan horen dat ‘een overheid neutraal moet zijn’, of ‘ik bepaal zelf wel wat ik doe of hoe ik me gedraag’. Die houding kan ons al gauw opbreken: juist in onze tijd is er verwarring over wat er om ons heen, tot in de eigen straat gebeurt. Een paar steekwoorden zijn: verwarde mensen, vervreemding en intolerantie, ontspoorde jongeren, vergeten groepen. Vaak gaat het  om incidenten, uitzonderingen, maar opgeteld roepen die al gauw het beeld op dat er iets structureel fout zit. Iets waar we geen greep op hebben. Soms gevolgd door pleidooien voor nieuw burgerschap, of activiteiten om als leefgemeenschap niet in anonimiteit weg te zakken. Prima natuurlijk.        

Toch zijn ook uitzonderingen vaak ernstig genoeg om ons niet van af te maken. Soms voelen we ons daar  machteloos bij, en kijken al gauw naar anderen, zoals de overheid, de scholen, de hulpverlening. En inderdaad: waarom zou een overheid wel mogen pleiten voor meer beweging, maar geen beroep doen op ons inlevingsvermogen naar elkaar? Bestrijding van eenzaamheid, aandacht voor jongeren in de knel kan wat steun van de overheid heel goed gebruiken. Als we het over ‘onze’ jongeren hebben dan hebben we het ook direct over onszelf. Wij kunnen als volwassenen een voorbeeld zijn in echte aandacht voor elkaar. Je kent die situaties misschien wel dat je met iemand in gesprek bent (nou ja, gesprek, je praat wat) die alleen maar wacht tot je even stopt zodat hij/zij weer wat kan zeggen, en waarbij je dan merkt dat er helemaal niet werd geluisterd naar wat je zei. Oprecht luisteren is niet voor iedereen weggelegd.

Nu ik over deze dingen nadenk verschijnt er weer eens een bericht over een onderzoek dat laat zien hoe gezondheid met goede relaties te maken heeft. Eenzaamheid is slecht voor de gezondheid en kan het leven verkorten. Nou dat is wel cru denk je dan. Een van de opvallende uitspraken: het tegengaan van eenzaamheid moet prioriteit zijn in de gezondheidszorg. Als ‘de gezondheidszorg’ dat  doet (en daaraan bijdragen lijkt me terecht) dan kan een overheid, een samenleving dat zeker ook. Vraag blijft dan nog wat de inhoud is van zo’n relatie waar het onderzoek op doelde. Daar ging het om ‘innige, sociale verbanden’, dus partners en gezinnen. Jongeren, wij allemaal barsten vaak van de ‘relaties’, al was het maar in de vorm van digitale. Maar wat zijn echte relaties of vriendschappen, zijn die niet vaak aan de oppervlakkige kant of heel erg vrijblijvend?

Met wel horen maar niet luisteren helpen we elkaar niet. De kunst is om de ander echt te zien, niet alleen in wat die zegt, maar ook uit welke houding dat gebeurt, zoeken naar wat erachter zit. Empathie, betrokken en inlevend zijn in je relatie, aandacht geven, meedenken. In de campagne wordt gewaarschuwd voor verkeerde signalen: ‘och het gaat wel’, terwijl men zich van binnen leeg of rot voelt, of dooddoeners als ‘ach joh, het gaat vanzelf wel weer over’. De wens voor een cultuurverandering wordt genoemd, een verandering waarin jongeren leren zich open te durven stellen over hun zorgen, problemen. En waarin ouderen werkelijk naar ze luisteren. Hoe bereik je dat? Wat is daarvoor nodig? Geen simpele vragen. Over hoe je eenzaamheid kunt bestrijden wordt daarom verder gesproken in een bijeenkomst (27 september, zie het bericht op deze site) voor iedereen die zich aangesproken voelt om mee te denken. Het luistert nauw als het om onze jongeren, om elkaar gaat.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)