2000px Facebook New Logo 2015.svg

‘Stop met Facebook en andere sociale media. Ze verscheuren de sociale structuur van de samenleving. Ze missen inbedding in de maatschappij en dragen niet bij aan burgerlijke samenwerking. Ze verspreiden misinformatie en onwaarheden. En kwaadwillenden zijn nu in staat om grote mensenmassa’s in te zetten voor wat ze maar willen. Ik voel me enorm schuldig dat ik heb bijgedragen aan het succes ervan.’ Dit zijn geen woorden van de eerste de beste, maar van Chamath Palihapitiya, voormalig vicepresident bij Facebook. Hij voelt zich schuldig meegeholpen te hebben het bedrijf Facebook te maken. Maar hij doelt ook op alle andere sociale media.

Zijn argumenten zijn zeer herkenbaar. Zeker nu ook weer de ellende van sexting, het verspreiden van naaktfoto’s,  veel jongeren een ramp bezorgt. En hoeveel leugens en onbetrouwbare feiten worden er niet verspreid. Via Facebook, twitter, apps lijken de riolen geopend te zijn voor allerlei vuil dat kennelijk onder ons leeft. Zelfs als iemand een positieve mening geeft kun je het meemaken dat er onmiddellijk negatieve reacties op volgen. Altijd is er wel een stroom mensen die erover heen walst met een voorbeeld waarin het niet goed ging. En wat nog erger is: de brenger van het goede nieuws daarbij uitscheldt of anderszins grof wegzet. Ik heb dus begrip voor een paar van mijn kennissen die acuut zijn gestopt met deze vorm van digitale communicatie.

Je kunt je afvragen wat de oorzaak of bron is van dat negatieve. Juist nu verschijnt er weer het resultaat van een onderzoek waaruit blijkt dat wij Nederlanders de afgelopen 25 jaar alleen maar tevredener zijn geworden, ondanks ellendige tijden met crisis en terreur. We vinden dat we in welvaart leven. En we leven ook langer, doen nog even veel vrijwilligerswerk, geven nog veel geld aan goede doelen, zijn niet cynischer over de politiek en denken positiever over immigranten. En van een ‘ruk naar rechts’ is geen sprake. We zijn alleen niet goed in duurzame relaties, want in steeds meer huizen woont iemand alleen. Om niet meer te noemen.

Maar er is wel een specifieke groep (5 procent) die steevast achterblijft. Ze hebben met een stapeling van problemen te maken, en zijn onmachtig om hun situatie te verbeteren. Dit mag ons als rest van Nederland nooit onberoerd laten. Toch wil ik niet geloven dat deze groep de bron is van de negativiteit op sociale media. ‘Ons levensgeluk wordt elders op aarde nauwelijks geëvenaard’ las ik. Maar dat moet dan betekenen dat er onder heel veel mensen die het goed hebben een vreemde drang bestaat om zich naar buiten toe negatief op te stellen. Voor sommigen waarschijnlijk vanuit een soort algemene aversie tegen alles waar men zelf geen last van heeft maar waar men wel tegenaan wenst te schoppen. Voor anderen misschien omdat men intern, in gezinsverband bijvoorbeeld, geen sparringpartner, tegenspraak of correctie heeft. Voor weer anderen wellicht gewoon een vraag om aandacht. 

Hoe het ook zij: de man van Facebook heeft wel een punt: de sociale media doen wat met mensen, brengen hen tot gedrag dat ze vroeger niet zouden ontwikkelen. Maar evengoed blijft overeind dat de sociale media enorm veel goede kanten hebben. Waar in het onderwijs het veelvuldig gebruik van de smartphone naar de mening van de meeste docenten tot problemen leidt, geeft een meerderheid tegelijk aan dat het goede gebruik ervan in het onderwijs meer en beter geïntegreerd moet worden. Zo kom je dan weer op een oude wijsheid uit die al bij de uitvinding van de boekdrukkunst werd gehoord: ook de digitale snelweg kan een stap ten hemel en een stap ter helle zijn. Het blijft een uitdaging dat laatste in te dammen. Wie weet geeft de komende Kerstbezinning daar weer een boost aan.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)