In alle stilte, sluipend haast, veranderen mensen in hoe ze eruit zien. Je uiterlijk, wie is daar niet gevoelig op? Zeker: nog steeds zijn er velen die niet willen opvallen. Maar de meeste mensen willen denk ik iets uitdragen, zelfs zonder dat ze het zich bewust zijn. Tegenover een benadering van ‘doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’ staan horden mensen van het type ‘dit ben ik, zo wil ik overkomen’. Dat klinkt zelfbewust, maar als je kritisch durft te zijn weet je dat je wordt gestuurd door wat ‘men’ vindt, draagt of doet. Hoezo lef hebben? En wat gebeurt er met je als je dat hebt?

We worden gestuurd door wat winkels aanbieden, door trends, door hoe anderen er bij lopen. Vaak is het ‘de groep’ waaraan we ons conformeren, in opvallen, of juist schuilgaan. De groep, dat kunnen de vrienden of klasgenoten zijn, of bepaalde culturen waarin we ons bewegen zoals de beroepsgroep, of de sportclub. Een kenner vertelde onlangs op teevee dat je als topvoetballer minstens een derde deel van je lijf moet laten tatoeëren wil je erbij horen. Een heel boeiend onderwerp in dit verband blijft kleding.

Iedereen ziet het: jonge mensen dragen op grote schaal broeken met scheuren er in. Soms steken de knieën er helemaal uit. Dat is nieuwe kleding, maar in de fabriek ingenieus van vlekken, slijtplekken en scheuren voorzien. Wie zich de eigen jonge jaren herinnert snapt dat: ik weet nog welke vreemde broeken en riemen ik droeg toen ik 16 was. En dat ik mijn bloemetjesblouse (die ik na lang zeuren van mijn moeder mocht kopen) zelfs uitleende aan een vriend die naar een feestje ging en er hip uit wilde zien.  

Wat op dit moment opvalt is verrassend: verfspetters! In mijn onnozelheid vroeg ik een dierbaar familielid onlangs of ze een ongelukje had gehad bij het klussen, maar nee het  hoorde zo, dat was de trend, zo kun je het kopen. Toen ik daarover nadacht groeide het inzicht dat dit eigenlijk best een hele boeiende beweging is. Van beschadigde naar besmeurde kleding. Ik werd er steeds enthousiaster over, want zo ontstaan er ongekende mogelijkheden voor onze toekomstige kleding. Ik noem maar een paar mogelijkheden als een soort suggestie. Vul gerust zelf aan.

Als eerste: ga met je nieuwe spijkerbroek en een vriend die lid is van een schietclub de hei op, hang hem (die broek bedoel ik) over een paaltje en probeer er zoveel mogelijk gaten in te schieten. Een tweede: vraag een kennis die op de gipskamer van Isala werkt of zij/hij jouw poloshirt een keer wil meenemen en flink ingipsen. Thuisgekomen laat je het eerst uitharden, en sla je met een hamer het gips kapot. Je hebt voorlopig iets dat een ander niet heeft. Een laatste idee, iets gewaagder: hou in de gaten waar er wegdek wordt geasfalteerd. Vraag de bestuurder van de wals of je je broek even op het verse asfalt mag leggen voordat hij er overheen walst. Daarna snel het textiel weer lostrekken, anders krijg je hem nooit meer van de grond af. Geheid dat iedereen op het feestje van komende vrijdag je benijdt als je in dit kledingstuk verschijnt.

In deze gedachtengang zit een vraag verscholen: hoe ver zal de creativiteit doorzetten? Misschien wordt een volgende vondst het laten ontbreken van één mouw in een trui. Of om helemaal de blits te maken: alleen twee mouwen van een blouse dragen, dus zonder het rompstuk. Als je een kleine beurs hebt: trek een korte broek aan en zeg dat het eigenlijk een lange broek is maar dat het ontbreken van de pijpen gewoon zo hoort. Blijf in ieder geval creatief, innovatief, zet een trend. Maar sluit je nooit af voor de vraag of er iets anders mogelijk is om te tonen wie je werkelijk bent. Vraag je geliefde of hij ook van je houdt zonder die scheur in je broek. Vraag je vrienden of ze je waarderen om wie je bent, en niet omdat je de groepscode volgt. Misschien vraagt het wel het meest lef door in je uiterlijk een grijze muis te zijn. Desnoods met grijze verf op je kleren.  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)