Onze mening over iets wordt gevormd door wat we om ons heen zien en door wat de media ons voorschotelen. Maar hoe betrouwbaar zijn die? En hoe representatief? We kenden al het verschijnsel nepnieuws: berichten die onjuiste informatie geven. Soms onbewust door slordigheid of slechte journalistiek. Of bewust om politiek of commercieel te beïnvloeden. Dan bestaat er nog pulpnieuws. Recent onderzoek laat zien dat een meerderheid van de mensen pulpmedia als grootste informatiebron gebruikt. Het aantal mensen dat zijn mening baseert op zuivere journalistiek en kwaliteitsmedia blijft daarbij achter. En dat is erg.

Gelukkig zien heel veel mensen daar het risico van in. Complottheorieën, uitvergrote incidenten, een overkill aan slechtnieuwsberichten, spookverhalen die mensen angstig maken, enz. Het kan een samenleving ontwrichten. Daarbij komt nog het bedreigende feit dat we graag alleen kennis nemen van dingen die ons bevestigen in ons groepsdenken, onze kritiek of voorkeuren. Eerder schreef ik over het begrip ‘bubbel’, wat erop neerkomt dat we met gelijkgezinden een bepaald beeld creëren en versterken waar we ons wel bij voelen, maar zonder ruimte te geven aan objectieve correcties van buiten.  

Mensen die niet over de juiste informatie beschikken zouden niet zomaar allerlei meningen moeten spuien. Maar de sociale media laten zien dat er miljoenen deskundigen onder ons verkeren. Nou ja, dat denken ze zelf, misschien hebben ze niks anders te doen. Of men plakt zich het etiket ‘ervaringsdeskundige’ op. Nou ja, wie is dat niet? Teveel mensen denken over de meest onbelangrijke feiten een mening te moeten geven. Waarom reageren 73 of meer mensen op het bericht dat Ellie Lust wel weer bij de politie wil gaan werken? De een zegt het te begrijpen, de ander reageert daar weer op, en voor je het weet praten ze bijvoorbeeld over de gezondheidszorg of het asielvraagstuk. De respectabele persoon die wel met kennis van zaken reageert kan het meemaken dat hij vervolgens wordt aangevallen als betweter enz. Begrijpelijk gevolg is dat mensen die echt van het onderwerp verstand hebben zich er niet in mengen.         

De sociale media bieden allerlei selectiemethoden. Ook daarmee kunnen ‘bubbels’ worden versterkt. Dat werkt technisch gezien via algoritmen, de manier waarop computers informatie verwerken, en waaraan specifieke instructies kunnen worden gegeven. Zo wordt in kaart gebracht waar je interesses liggen. Er wordt zelfs een profiel van je gevormd van dingen waar je interesse in hebt en wat je koop- of kijkgedrag is. Mijn vrouw bekeek onlangs op internet hoe een knieoperatie werkt; in no-time  kwamen er aanbiedingen langs van zalfjes waarmee je gewrichtspijnen kunt bestrijden. Een redelijk onschuldig voorbeeld. Veel erger is het als je suggestieve berichten ontvangt over b.v. politiek, het Koninkijk Huis, protestbijeenkomsten (ik noem maar wat) die geselecteerd zijn op basis van wat men ‘denkt’ dat bij jou past.  

Soms moeten er eerst uitwassen ontstaan voordat er correcties komen. En dat gebeurt ook. Niet alleen wordt het gevaar gesignaleerd, ook worden grote maatschappijen als Google en Facebook aangesproken op hun verantwoordelijkheid in dezen. Misschien is het een beetje bemoedigend te kunnen constateren dat Nederland geen Amerika is, en dat in een vrij land als het onze er nog steeds media en programma’s zijn die wel betrouwbare informatie leveren. Want als je ergens wat van wilt vinden moet je eerst snappen waarover het gaat, dan je afvragen of je wel zou moeten reageren, en vooral: op welke factoren je je mening baseert.

Wat ik zelf heel bevrijdend vind: ik hoef soms ergens helemaal niets van te vinden. En nog mooier misschien: mocht ik heel toevallig - het komt wel eens voor - ergens een mening over hebben dan kan ik er gewoon mijn mond over houden, en weet niemand wat ik ervan vind. Heerlijk. Hoewel me dat in deze column dus niet is gelukt.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)