Het journaal vermeldde dat de Duitse tv de Nederlandse serie De Luizenmoeder heeft geïmporteerd. Het vraagt wel de nodige aanpassingen, want Duitsland is geen Nederland, en onze oosterburen hebben kennelijk een andere manier van kijken en waarderen. De Nederlandse programmamaker vertelde bijvoorbeeld dat vloeken (hij noemde het woord volledig) in Duitsland wel eens op wat meer afkeuring zou kunnen stuiten dan hier. Ach, met de tijd zou dat wel wennen, leek de inschatting.

Ook de Duitse hoofdrolspeelster was zich bewust van verschillen. Ze besefte dat bepaalde discriminerende of racistisch getinte humor of grappen in haar land wel eens als schokkend zouden kunnen worden ervaren. Ze verwachtte dus zeker kritiek en verzet, maar leek er niet mee te zitten. Want - zei ze - dat is ook goed, want dan kun je het bespreekbaar maken en discussie erover op gang brengen. Zo lust ik er nog wel een, dacht ik: dan ontloop je elke vraag over normstelling. Zou het slotwoord van haar in zo’n discussie niet van tevoren vaststaan, namelijk ‘daar denken we nu eenmaal verschillend over’?    

Hoe zou het toch komen dat een meerderheid van de Nederlanders zich zorgen maakt over de verharding en verruwing in de samenleving? Hoe normaal is het dat we die zorgen hebben, maar tegelijk toch massaal naar programma’s kijken waarin die verharding in de vorm van platheid, grove taal, vloeken, onverschilligheid, onverdraagzaamheid enz. van het scherm afspat? Hoe normaal is de suggestie dat het Duitse publiek met de tijd wel zal wennen aan onze ‘verworvenheden’? Dat onze oosterburen gewoon wat achter lopen, maar dat ze mettertijd wel gaan wennen aan wat wij ruimdenkende Nederlanders gewoon vinden?

Het zijn maar vragen. Natuurlijk kun je naar de programmamakers kijken, en je bezorgd afvragen of ze inderdaad nog wel ergens een soort verantwoordelijkheid voelen voor waarmee ze de kijkers beïnvloeden. Je zou wensen dat niet alleen kijkcijfers en succes hun drijfveer zijn, maar dat ze zichzelf ook de gewetensvraag stellen in hoeverre ze willen en kunnen bijdragen aan een meer positieve invulling van het seizoen. Maar kijkcijfers maken ook duidelijk wat wij als kijkers willen. Wat in het nieuwssegment met Twan Huys gebeurde kan ook voor andere programma’s opgaan.

Even komt een vergelijking op met een andere discussie, namelijk over het luisteren naar de muziek van Michael Jackson nu de overleden zanger van seksueel misbruik wordt beschuldigd. Het gaat daarbij over afwegingen bij het wel of niet willen genieten van het product van een artiest of kunstenaar na nieuwe informatie of onthullingen over misstanden. Mensen verbinden er soms consequenties aan. Zo wordt Jackson in Amerika bijvoorbeeld nu al minder beluisterd. Maar bij oude(re) componisten of artiesten met een dubieuze levensstijl of fout gedrag wordt na verloop van tijd weer geaccepteerd dat je van een product mag genieten los van de maker ervan.     

Toch blijf ik met ongemak en verontwaardiging zitten. Over de hautaine houding tegenover de tv-kijkende oosterburen, die blijkbaar nog niet zo verlicht zijn als wij. Maar misschien wel het meest omdat De Luizenmoeder in het onderwijs speelt. Ik weet van ouders die zich in en rond school misdragen en waarvan kinderen getuige zijn. Daar kunnen zeker ook grappige situaties uit ontstaan, waard om in satire te worden omgezet. Maar welk voorbeeld zijn we voor onze kinderen als we overduidelijke grofheden en andere foute dingen als vermaak introduceren? Wat leren kinderen van hun ouders als die veel plezier beleven aan racistisch getinte ‘grappigheden’, platheid, botte omgang met de medemens?

De zaken waarover we ons volgens onderzoek zorgen maken ontstaan ergens. Laat het niet op school zijn, niet bij kinderen. Niet bij de wieg van onze volgende generatie.                

  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)