Een paar weken terug keek ik naar de slotaflevering van de tv-serie Poirot. Hercule Poirot is bekend uit de boeken van de zeer succesvolle detectiveschrijfster Agatha Christie. Na Miss Marple haar bekendste personage, en beide creaties zijn ook verfilmd. Het speelt allemaal in de periode van grofweg rond de beide wereldoorlogen. De personages zijn tekenend voor de standsverhoudingen in die tijd. Het draait allemaal om het ontmaskeren van de slechterik. Maar in de laatste aflevering gebeurt er iets bizars.

De misdrijven waar het om draait spelen zich vaak af in elitaire landhuizen aan de kust, of chique hotels in de bergen. Met veel blasé-figuren die blijkbaar weinig anders te doen hebben als theedrinken, dineren, wat golfen en daarna port drinken in de bibliotheek e.d. In feite een aanklacht tegen de leegloperij van de hogere klasse. Niet zelden raakt het huis geïsoleerd door het noodlot (zoals een verbroken telefoonverbinding), meestal kort nadat er een moord is gepleegd. En dan stijgt de spanning; de aanwezigen zijn tot elkaars gezelschap veroordeeld in het besef dat er onder hen een moordenaar verkeert, en hulp ver weg lijkt.

Maar altijd ziet Poirot kans om de zaak op te lossen. Niet iedereen houdt van hem; hij is een franssprekende Belg met een gepommeerde snor, ijdel, fatterig, die eerst zijn zakdoek op het bankje in het park drapeert voordat hij gaat zitten; om over zijn eetgewoonten maar te zwijgen. Hij is een rechtgeaard rooms-katholiek, en zijn hoogste doel is de bestrijding van het onrecht, en recht doen aan degenen die daaronder lijden. Acteur David Suchet speelt deze rol meesterlijk.  

Poirot’s werk is ingewikkeld, omdat bij zijn naspeuringen vaak blijkt dat er nauwelijks normale mensen in zijn omgeving verkeren. Velen hebben een minder mooi of zelfs duister verleden: ze blijken een onecht kind te zijn, zijn verloofd met iemand die vreemd gaat, hebben bigamie gepleegd, azen op een erfenis die hun neus voorbij dreigt te gaan, waren in de oorlog fout, ga maar door. In die wirwar van verdachte mensen en situaties moet Poirot zien uit te vinden wie de echte slechterik is.

In de laatste aflevering is Poirot ernstig ziek, stervende zelfs. Af en toe zie je hem de crucifix aan zijn rozenkrans kussen en met herhaling ‘vergeef me!’ bidden. Hij ziet zich echter geconfronteerd met een seriemoordenaar die al zo’n drie à vier doden op zijn geweten heeft, maar die zijn werk zo geraffineerd doet dat een sterfgeval bijvoorbeeld een ongeluk lijkt. En nu ziet Poirot in het door een lawine geïsoleerde hotel inmiddels een volgende moord aankomen. Kan hij dat voorkomen?

Maar dan gebeurt er iets opmerkelijks: de man waarvan iets later blijkt dat het de moordenaar is, wordt doodgeschoten aangetroffen in zijn hotelkamer. Kort daarvoor had Poirot de man ronduit verteld dat hij, Poirot, wist wat de man in zijn schild voerde. De man kon op dat moment de verzwakte Poirot het zwijgen opleggen, maar zag daarvan af in het besef dat hij daardoor zichzelf verdacht zou maken. De afloop is bizar: in een brief aan zijn vriend Hastings (die deze na Poirot’s dood vindt) bekent Poirot zelf de moordenaar te hebben doodgeschoten. Hij kon het met zijn geweten niet verenigen te sterven terwijl hij wist dat er weer iemand onbewijsbaar vermoord zou worden, en een liefdesrelatie van dat slachtoffer in het ongeluk zou worden gestort.

Poirot, de man die onder alle omstandigheden opkwam voor het recht, het onrecht bestreed, pleegde een moord, en overschreed dus zijn eigen grenzen om daarmee een hoger doel te dienen. De uitvoerige afweging tussen goed en kwaad, tussen deugd en slechtheid, werd door Poirot zelf doorkruist met een daad die indruiste tegen alles wat voor hem heilig was. En nu pas begrijp je zijn gebed om vergeving. 

Oké, het is slechts een boek, een film. Situaties die wij denk ik gelukkig nooit mee zullen maken. Maar het is een knap verhaal. Want even komt de vraag op: zou ik me situaties kunnen voorstellen dat ik mijn eigen heiligste principes zou loslaten voor een hoger doel? Agatha Christie peutert vaker aan het geweten van de lezer. Deze keer met een duidelijk open eind. We kunnen Poirot niet meer interviewen. 

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl