Ja, daar zit je dan weer raar te kijken: hij is vertrokken die goede Sint. Het zal voor hem en zijn hofhouding wel afkicken zijn. Zoveel indrukken, zoveel zinnen, wensen en reacties. Het eerste wat ze thuis doen is een mooi glas sherry drinken bij een uitgebreide evaluatie. Over de reis, het inkoop- en distributiesysteem, over de mix tussen wat werd gevraagd en werd gegeven, en ga zo maar door. Wij bergen de spandoeken tegen of voor behoud van Piet met een bepaalde kleur weer op, en kijken nog even in de garage of we niet toch nog iets kleins over het hoofd hebben gezien. Denk niet dat het voor de goedheiligman zo simpel ligt. Maar het is ook voor onszelf zinvol wat te evalueren.

Het vertrek van de bisschop uit Myra is voor velen een opluchting: ouders komen weer op adem, ook scholen zijn blij met wat meer rust in de tent. Thuis kijken we naar wat ons uit schoen en zak ten deel viel: was dit wat we vroegen? Soms sta je er versteld van dat Sint nog beter dan jezelf weet wat je eigenlijk zou moeten hebben. Het bezit van de zaak is vaak het eind van het vermaak - luidt een gezegde - dus een groot deel van de oogst kan weer naar Marktplaats, of nog beter: naar een goed doel, eventueel de kringloopwinkel. Er blijft meestal wel iets over waarvan je toch kunt genieten. Zo maakte ik kennis met een aantal nieuwe spelletjes. Ik kende al Vlotte geesten; in het begin erg leuk, maar het gaat om snelheid en dan wordt het al gauw een zenuwentoestand. Tot overmaat van ramp verlies ik het meestal van twee kleinzonen. Of neem Halli galli, hoewel dat met dat nerveus rammen op het belletje ook een goede nachtrust in de weg kan staan.

Dergelijke spelletjes worden soms voor een brede doelgroep ontworpen. Van Halli galli bestaat al een juniorvariant, een partyvariant, en een uitvoering ‘extreem’. Ik weet nog niet wat ik van die laatste kan verwachten, maar vind de eerste variant al verontrustend. Er is zelfs een dame - las ik op internet  - die een variant met muzieknoten heeft ontwikkeld. Prachtig, maar dan moet je waarschijnlijk wat extra paracetamol bij de hand houden. Toch is het bemoedigend dat spelletjes nog steeds populair zijn. Wel treedt de elektronica toe in moderne versies van soms oudere concepten, maar daar zijn ook aardige dingen mee te bereiken. Zoals bij Hans en Grietje; een huisje met snoep bekleed waarvan je elke ronde iets mag pakken en op een knopje leggen; gebeurt er niets dan mag je het aan je serie toevoegen, maar komt de heks uit het dak en krast het bekende ‘knibbel-knabel-knuisje, wie knabbelt daar aan m’n huisje?’ dan heb je niks en moet het (plastic) snoep terug in het huisje.       

Nu een paar zorgpunten. Er is de - soms grimmige - discussie over de kleur van de Pieten. Maar er zijn nogal wat andere dingen die me verontrusten. Zo had ik verwacht dat de Partij voor de Dieren nu eindelijk eens op de barricaden was geklommen over het paard van Sinterklaas. Al op zeer jonge leeftijd wordt gezongen ‘en laat je paardje maar buiten staan’. Stel je voor: de levensgevaarlijke  tocht via de Golf van Biskaye overleef je, er wordt onderweg nog verlangd dat je het dek op en neer huppelt, bloedlink natuurlijk, je komt dan hier, om te zuchten onder de last van de roodgejaste ruiter en het loodzware boek. Maar op het supreme moment laten ze je buiten staan. Het hardnekkige gerucht gaat dat deze barre dieronvriendelijke behandeling de opvolging van Amerigo door Ozosnel heeft bespoedigd. Maar als je Ozosnel heet wil je je naam het liefst eer aandoen, terwijl er van jou als trouwe viervoeter geen snelheid maar survivalkunst wordt verwacht. Ik pleit dus voor scharrelmerries of vrije uitloophengsten.

Een ander triest lot treft de gekleurde makker naast Sinterklaas. Die mag dan wel - tot ergernis van het paard - naar binnen, maar de Pieten moeten toch bij nacht en ontij door tuinen struinen, op gladde, vuile en bemoste daken klimmen, en bedreigen dus de huizen met hun modderpoten. Om nog maar te zwijgen over die afdaling in schoorstenen; de Arbo-wetgeving laat die halsbrekende toer niet toe, maar we slikken het met z’n allen. En dan wordt ook nog van ze verwacht steeds malle bekken te trekken en geforceerd vrolijk te doen. Ik heb bij deze onmenselijke behandeling al eerder de vinger  gelegd, maar blijf waarschijnlijk een roepende in de woestijn. Maar goed, volgend jaar een herkansing. Nu eerst mijn laatste stuk van het marsepeinen varken soldaat maken.

  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl