Ook als we er zelf geen slachtoffer van zijn worden we dagelijks geconfronteerd met het C-onderwerp.  Het verdringt andere onderwerpen. Wat bijvoorbeeld te denken van de term ‘het nieuwe normaal’? Over wat normaal is zijn al vele beschouwingen geschreven. Het blijft een lastig begrip. Het is niet hetzelfde als abnormaal (hoewel …) en het heeft ook weinig met de Achterhoekse rockgroep te maken. Maar deze dagen klinkt het begrip even vaak als dat andere begrip: ‘de anderhalve metersamenleving’.  Wat is dan dat ‘nieuwe normaal’?  

Met ‘het nieuwe normaal’ proberen we vooral te vatten alle veranderingen als gevolg van het Coronavirus die niet alleen nu, maar nog lang zullen doorwerken. Veranderingen die zelfs ons bestaan, onze dagelijkse activiteiten, rituelen en gedragingen voorgoed zullen kenmerken. En die niet digitaal zijn op te lossen. We horen van spanningen in thuissituaties doordat men te lang op elkaars lip zit, verveling door het niet kunnen sporten, niet kunnen omgaan met vrienden, enz. Het is te hopen dat mensen niet primair kiezen voor het ontvluchten ervan, of dat ze zich niet gaan afreageren op een verkeerde manier. Beter dan een probleem te ontlopen of er zo snel mogelijk vanaf te willen komen is het om te proberen het aan te pakken, er een oplossing voor te vinden.     

Er is ook een positief verhaal. Juist nu merken we dat je veel thuis kunt doen. Dat kan ook  na de crisis een blijvend winstpunt zijn. Vaker dan gedacht blijkt het mogelijk op afstand te werken of te leren. Vergaderen in een gebouw is niet altijd noodzakelijk, met als winstpunten minder reistijd en minder verkeer. Dat betekent minder uitstoot van CO2 en dus schonere lucht, minder behoefte aan verdere uitbreiding van het wegennet of het vliegverkeer, enz. Meer tijd voor elkaar leert partners soms ontdekken dat het toch wel mooi is om samen het leven te beleven en invulling te geven. En dat het geven van thuisonderwijs toch ook de band kan versterken met je kinderen. Het hangt natuurlijk af van karakters, van creativiteit, van een omgeving die erbij helpt, van een werkgever die stimuleert, enz. Dit is niet bij voorbaat luchtfietserij, maar vraagt wel kritisch te kijken naar je eigen instelling. 

Optimisme en de wil er het beste van te maken zien we ook in de media, schreef ik al eerder. Nadat er in de eerste fase veel al dan niet komische filmpjes en anekdotes over het net gingen zie je nu toch ook een groeiende behoefte aan verdieping. Hoe anders is te verklaren dat de aandacht voor mooie dingen, echtheid, zingeving sterk toe neemt. Niet alleen in het kijken naar Andrea Boccelli (ook mooi natuurlijk) maar in het elkaar sturen van mooie teksten en bemoedigingen in de vorm van gedichten, prachtig (mini)concertjes, meditaties, voorbeelden van lieve projectjes, spontane hulp van mensen waarvan je het niet had verwacht, enzovoorts.

Mooie dingen, waaruit de behoefte blijkt aan zin, schoonheid, verdieping. Zelfs op straat, bij de winkels proef je meer vriendelijkheid, aandacht, zorgvuldigheid naar elkaar. De buurt is stiller, bij minder verkeer ga je gemakkelijker een praatje aan met de buur aan de overkant. Ook al gaan de gesprekken vrijwel steeds naar het bekende onderwerp en ‘hoe het met je gaat’, er is betrokkenheid onder burgers. Ik denk vooral omdat het onderwerp waarover je praat niet alleen over de ander gaat, maar ook jezelf, je dierbaren, je eigen situatie raakt. Er is ruimte voor nieuwe emotie bij mooie dingen, voor de (her)ontdekking van waarden als nabuurschap. Als we dat eens zouden kunnen vasthouden! Volhouden in de ons beheersen en de regels in acht nemen blijft belangrijk. Maar ook vasthouden, verankeren van de mooie dingen die in deze crisis ontstaan. Idealistisch? Ja, waarom niet?

Het nieuwe normaal is dus iets anders dan bij de modetrends in de kledingindustrie. Ontwerpers kunnen het nieuwe seizoen starten met hun keuzen: lang of kort, wijd of strak, sober of fleurig, chique of casual. Wij volgen dan braaf wat de bladen ons voorhouden en de (web)winkels aanbieden, en als we allemaal die collectie gaan dragen ontstaat ook een nieuw soort normaal. Maar dat is tijdelijk, en wordt gestuurd door commercie, smaak en behoeften. Dat verschilt dus nogal van wat er in onze anderhalve metersamenleving, gedwongen door de crisis, ontstaat. Wat zou het mooi zijn als de excellente deskundigen, de verstandige beleidsmakers, de helden in ziekenhuizen en zorg ons inspireren om de nieuwe mooie dingen die we nu ontwikkelen een blijvende plek te geven in onze levens. In een gedrag dat veel langer reikt dan anderhalve meter. En als dat dan ook normaal mag blijven …  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)