De maatregelen binnen de ‘intelligente lockdown’ worden een beetje versoepeld. Dat is goed, logisch zelfs. Het komt tegemoet aan de vurige wens van iedereen om weer wat vrije bewegingsruimte te krijgen, in alle opzichten. Het geeft perspectief en hoop. Tegelijkertijd zie je ook dat er verschuivingen optreden in de acceptatie van maatregelen. Eerst was het virus onze gezamenlijke onzichtbare vijand, en stonden we pal achter het wijze beleid van wetenschappers en kabinet. Maar nu er weer ietsje ruimte komt ontstaan er forse scheuren in die solidariteit.

Want de overvloed van informatie en het steeds voor de buis halen van nieuwe deskundigen doorbreekt bij veel mensen het beeld dat de regering of het OMT (Outbreak Management Team) de wijsheid in pacht zouden hebben. Zo langzamerhand zijn we naar de 17 miljoen ‘deskundigen’ op weg. Sommigen vallen voor de verleiding om aan te tonen dat ze zelf toch ook wel wat weten, en dat deskundige X of minister Y niet helemaal gelijk heeft. Daar zit een goede kant aan: juist het narekenen kan ons scherp houden, schreef ik eerder. Want de pijn en beperkingen voelen we allemaal nog volop, en het is allemaal erg ingrijpend en ingewikkeld.  

Maar die versoepeling vraagt nuances, elke categorie, elke situatie is anders. Dus pakt het voor de ene groep ondernemers of instellingen positiever uit dan voor andere. Dat voelt niet lekker. En dus zie je de weerstand tegen het beleid toenemen. Voor sommigen lijkt het wel dat niet meer het virus, maar een minister of het OMT hen dwarszit. Of men ridiculiseert bepaalde versoepelingen om duidelijk te maken dat er wel meer moet kunnen. Welk type spanning er dan optreedt zie je - om maar eens een voorbeeld te geven - in het geval waarin een trein te vol zat, er echter niemand wilde uitstappen; toen moest iedereen eruit en reed de trein leeg verder. Toch niet zo gek dat er beperkende maatregelen zijn denk je dan. Het gedrag van de ander bedreigt je eigen gezondheid. 

Afbrokkeling van de solidariteit is link. Want het levert ons uit aan individuele willekeur. En aan schijnzekerheden. De hele discussie over mondkapjes laat daar iets van zien. Ze vormen een goed hulpmiddel in specifieke situaties. Maar je ziet meteen wat er gebeurt als ieder individu er zijn eigen vorm of invulling aan geeft. Hoe moeilijk is het om steeds correct het kapje aan te brengen, niet met de vingers aan te raken, niet even te laten zakken om vervolgens weer op te zetten, steeds te vervangen door een ander exemplaar, en regelmatig ons kapje thuis op meer dan 60 graden te wassen. En weer: die afwijkende individuele opvattingen of te luchtige ‘eigen discipline’ hebben natuurlijk gevolgen voor anderen.                             

Waar ook steeds op gehamerd moet worden is dat de versoepelingen deels ‘geprobeerd’ worden zonder dat duidelijk is wat precies het effect ervan is. We willen er ervaring mee opdoen en in de praktijk kijken hoe het uitpakt. Dat houdt dus in dat we accepteren dat meer ruimte ook meer besmettingen en verwante sores kan opleveren. Dat gebeurt inmiddels ook, maar het blijft de vraag of de mate waarin we versoepelen ‘calculeerbaar verantwoord’ is. Het blijft dus balanceren, zoeken naar een wankel evenwicht tussen beheersbaarheid van de ziekte en ruimte geven aan de economie en het sociale leven.  

Toch is het zoeken naar die ruimte wel degelijk verantwoord. Ruimte verzacht onze pijn en de ingrijpende persoonlijke gevolgen. Dat geldt voor ondernemers in allerlei soorten en grootte, voor medici en verzorgenden, bezoekers van dierbaren, onze baan, onderwijs, enz. Het geldt ook voor onze culturele behoeften aan bibliotheekbezoek, schouwburg, sportbeoefening, terrasbezoek, enzovoorts enzovoorts. De zo verlangde versoepeling steunt de noodzakelijke draagkracht voor solidair verantwoord handelen inclusief beperkingen, maar heeft onmiskenbaar een verdringende werking op wat sec-medisch nog steeds noodzakelijk blijft.

Vooral bij dit laatste moet het kabinet, gesteund door verantwoorde wetenschappers, de poot stijf houden tegen onredelijk geavonturier en riskant tegenspel.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)