Er is vrijwel geen standpunt waarop geen kritiek mogelijk is. Aan elk onderwerp kleeft een maar. In de discussie over Corona zitten we overduidelijk weer in dat maar-stadium. De geleidelijk ingaande versoepeling komt tegemoet aan waar we allemaal zo sterk naar verlangen. Tegelijk zie je hoe dat direct ook tot scheve voorstellingen van zaken leidt, zoals bijvoorbeeld eenzijdige voorlichting of onredelijke overbelichting van eigen belangen. Wie bewaakt een goede koers?  

Bij de start van de pandemie leunde het kabinet sterk op de inzichten en adviezen van deskundige wetenschappers. En terecht. Toch kon je al snel geluiden horen van mensen die dat de overheid kwalijk namen. Rijpe en onrijpe gedachten vulden en vullen nog de talloze praatprogramma’s. Nu de beperkingen langer duren groeit het ongemak en dus ook het ongeduld. Sommigen vinden het allemaal sterk overdreven, anderen ergeren zich aan wat elders wordt toegestaan maar niet aan henzelf. Heel begrijpelijk: het zal je maar gebeuren dat je je dierbare in het verpleegtehuis niet kunt bezoeken, of dat je je werk, je inkomen, je bedrijf ziet verschrompelen. Die wisselwerking tussen aan de ene kant de overheid, en aan de andere kant de pleidooien van bedrijfstakken, beroepsgroepen, scholen, culturele instellingen enz. enz. is heel goed. Noodzakelijk zelfs voor een zo groot mogelijk draagvlak en om scherp te blijven.

Maar al die legitiem verdedigde belangen zeggen nog steeds weinig of niets over een duurzame beheersing van het virus in aanloop tot een (hopelijk snel) te vinden vaccin. De onlangs uit de hand gelopen anti-racismebetoging in Amsterdam zou niet tot besmetting met het virus hebben geleid. Los van de ‘hardheid’ van deze bevinding kan zo’n bericht wel de overtuiging versterken bij mensen die vinden ‘dat het allemaal best meevalt’. De wens is hier al gauw de vader van de gedachte. Recent zijn er de geplande protestbijeenkomsten tegen de anderhalve metermaatregel. Nu kun je terecht stellen dat de noodmaatregelen op gespannen voet staan met Grondwettelijke rechten. Toch vind ik het terecht dat burgemeesters (zoals Remkes in Den Haag, gevolgd door anderen) deze samenkomsten verbieden vanwege de onbeheersbare risico’s voor de volksgezondheid. Ook als je achter de inhoud van het protest staat kun je niet eventjes de risico’s voor de volksgezondheid wegpraten.      

Er moet dus een partij zijn die in al deze meningen, belangen en gedragingen het hoofd koel houdt en waakt over het belang van iedereen. Wat er kan gebeuren als dat fout gaat zie je bijvoorbeeld in Brazilië. Het is typisch de rol van de overheid om door de waan van de dag heen duidelijk te maken wat wijs is in ons aller belang, ook als dit op onderdelen in je vlees snijdt. Gelukkig gaat dat in ons polderland door de bank genomen vrij goed, hoe kritisch we ook zijn, mogen zijn, en soms ook moeten zijn. Meningen lopen sterk uiteen, iedereen heeft wel een opvatting over de ernst of de onzin van alles wat met corona te maken heeft. Gelukkig hebben we een rechtsstaat en rechters die dit zorgvuldig beoordelen.  

Ook bij dit soort overwegingen moet ik denken aan wat de Canadese psycholoog Peter Laurence ooit zei: “Democratie geeft ons het recht de mensen te kiezen die van alles de schuld gaan krijgen.” Dat is een uitspraak met een knipoog, maar in de praktijk wel degelijk herkenbaar. Dus is het fout als we onze eigen individuele verantwoordelijkheid niet zouden nemen. Samenleven doen we allemaal, zelf een corona-risico nemen raakt altijd een ander. Het is noodzakelijk dat het kabinet een appel blijft doen op dat verantwoordelijkheidsbesef en het gezond verstand, en dus ook op de solidariteit van ons Nederlanders. Daar ben ik blij mee, ook al merk ik de beperkingen aan den lijve.        

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)