Mooi weer, vrije tijd, versoepeling van de beperkingen, dus gaan we er allemaal graag weer eens op uit. Ook wij vertrokken naar een ander mooi deel van ons land, een paar dagen fietsen, heerlijk. Hoewel we soms bijna alleen op de wereld waren mengden we ons ook moeiteloos in een explosie van mensen met eenzelfde verlangen: zorgeloos trappen in een lommerrijke omgeving. Bijna allemaal van dezelfde leeftijd, maar soms is het best leuk geen uitzondering te zijn. Hooguit kon iemand met een kritische blik constateren dat we niet op een speedpedalic voortbewogen. Naar het bos en de hei, geen zee. Maar wel als vast onderdeel: een terrasje. Daar wil ik het over hebben. En dan speciaal over een hardnekkige categorie mensen die je daar kunt aantreffen: de luidsprekers.

Want hoe rustig ook, er is bijna altijd wel iemand  die je in het zalig nietsdoen opschrikt met zijn of haar luide stem. Omdat die persoon ermee is geboren als een genetische variant. Het kan ook gewoon doofheid zijn. Of men denkt alleen te zijn, wat kan wijzen op slechtziendheid of een verkeerde bril. Bij weer anderen is het een reguliere lompheid. Het kan ook om intessantdoenerij gaan, zielig, ergerlijk, maar soms ook leerzaam. Het geeft een beeld van hoe zij denken en hoe ze zijn. Je zit niet dichtbij genoeg om alles te kunnen horen, daarvoor ben je ook niet gekomen, maar toch pik je er onbedoeld heel wat van mee. Zelfs terwijl mijn vrouw en ik doorgaan met waar we het meestal over hebben, de toestand van de wereld in het algemeen, die van de kleinkinderen in het bijzonder. Twee ervaringen.

Terwijl we evalueren of we toch niet beter een in plaats van twee appelpunten hadden kunnen  bestellen neemt naast ons een ander echtpaar plaats, op anderhalve meter uiteraard. Ze komen rustig over. Vanuit de ooghoek zie ik nog iets naderen en horen we roepen “Hé, jullie ook hier?” Dit blijkt niet voor ons, maar voor onze tafelburen bedoeld. Nu zitten er vier mensen aan het genabuurde tafeltje, en meteen volgt dan daar een uitvoerige en vooral luide uiteenzetting over ‘waar we zitten’, ‘hoe we het daar vinden’ en ‘hoe komen jullie hier?’ Eigenlijk is het vooral de ene vrouw die domineert in volume. Ze geeft inmiddels het hele terras krachtig inzicht in haar programma, wat ze zoal hebben gedaan en nog van plan zijn, want ‘je kunt natuurlijk niet de hele dag op je hotelkamer zitten, zonde van de tijd’. De andere vrouw probeert nog even verdieping aan te brengen met ‘tijd is ook leven’, maar dit landt niet. Daarna krijgen de overige terrasbezoekers nog even een ongevraagd, maar ook gratis college over wat je vooral niet mag missen, en wat er tegenviel.

Volgende dag, twee zussen strijken neer aan het tafeltje naast ons, met twee bijpassende mannen en twee honden. Het zijn eigenlijk Schotse collies in een sterk gekrompen formaat, wat je van de mannen weer niet kunt zeggen. De ene vrouw voert voortdurend luid ratelend het woord. Het begrip ´spraakwaterval´ krijgt een sterke update. Ik ken vrouwen die al dan niet tactvol zwijgen als hun man aan het vertellen is, maar hier is het duidelijk andersom. Al meteen kan ik concluderen dat ze politiek zeer actief is geweest. Terwijl wij ons vooraf-broodje met tapenade bestrijken en proberen ook zelf af en toe met elkaar te praten, rollen de zinnen over het terras. Wel valt het me op dat de jongste man wel erg vaak met zijn smartphone aan het oor wegloopt, zelfbescherming? Onverstoorbaar gaat ze door, ook als de man weer aanschuift. Zou ze zelf dan toch ook begrijpen dat hij niets heeft gemist?

“Maar toen kwam de begroting, en ik zei meteen dat gaan we zo niet doen. Ik had wel steun aan (onverstaanbare naam), dat is trouwens wel een redelijke vent hoor, maar dit werd me te gek. De voorzitter trok bijna wit weg toen ik hem op z’n nummer zette. Ik ben na afloop meteen naar ze toegegaan.” En zo ging het door, gelardeerd met uitspraken waaruit bleek dat de vrouw vond dat ze met pittige dossiers had moeten dealen. En passant vernamen we met regelmaat met welke mensen van statuur ze had verkeerd, waarvan burgemeesters eigenlijk nog maar de onderste trede vormden. Ik kwam nog in de verleiding te vragen of ze wel eens van het verschijnsel burgers had gehoord, maar liet het zitten, tenslotte zijn verreweg de meeste politici en bestuurders wel gewone mensen.

Mijn schrik kwam aan het eind, toen we het terras verlieten, en ik opving dat zij en haar man dezelfde voornamen droegen als die van mijn vrouw en ik. Voor het eerst in mijn leven kwam de aarzeling op of onze ouders ons niet beter toch andere namen hadden kunnen geven, maar gelukkig, het was ver van ons vertrouwde huis, zelfs deze megafoon kon die afstand niet overbruggen. Van zulke luidsprekers word je wel stil.  

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)