Het kan aan mij liggen, maar ik ervaar om me heen dat er juist nu veel wordt nagedacht en geschreven over de zin van het leven. Grappig en schijnbaar onnozel zijn de ervaringen van mensen die vertellen over wat deze tijd met hen doet. Iemand zegt tot zijn verbazing zomaar ´s avonds thuis op de bank te zitten. Iemand anders vertelt hoeveel lol ze beleeft aan al die oude spelletjes die uit de kast worden gehaald. Dit zijn leuke geluiden tegenover de andere die we ook kennen over afstand, isolatie, baanverlies en dergelijke. De gedwongen situatie heeft ook een heilzame kant. We gaan meer nadenken over welbevinden, geluk, zingeving.

Kort voordat corona het leven op de kop zette waren we al bezig met forse bezinning op het milieu. Dat leidde onder andere tot pogingen de stikstofuitstoot en pfas terug te dringen door o.a. lagere snelheden op de weg en bezinning op veeteelt en consumptiegedrag. Maar door het coronagebeuren wordt dat versterkt en verdiept. We zien noodgedwongen dat je ook anders kunt leven dan het patroon dat ons tot voor kort beheerste. Onze manier van leven kan anders, ons (verre) reisgedrag, ons consumptiegedrag, thuiswerken, ruimte voor dingen waar je niet meer aan toe kwam. Je leest en hoort hoe mensen daarmee omgaan, soms zelfs de balans opmaken van hun leven. Daarnaast zijn er de onderzoeken, en de bevindingen van deskundigen. Dat is natuurlijk niet pas begonnen met de huidige crisis. Het zijn vragen van alle tijden.

Zoals het begrip geluk, en ja: wie wil er niet gelukkig zijn? Toch is het de moeite waard na te denken over wat ons nou gelukkig maakt, of niet. De Amerikaanse psycholoog en journalist Emily Esfahani Smith zegt daar bijzondere dingen over. ‘De zoektocht naar geluk, of beter: hoe we een goed leven kunnen leiden maakt niet gelukkig. We leven in een consumentencultuur en die drijft op het verkopen van geluk. We zeggen vaak dat we gelukkig willen zijn, terwijl we eigenlijk iets anders willen, namelijk de bevrediging van een betekenisvol leven.’ (Ik citeer haar uit een artikel van juni 2017.) Een gebrek aan geluk is niet het probleem, maar een gebrek aan zin. Gaan voor een betekenisvol leven betekent niet perse ook geluk, maar je hebt daarbij wel een waardevol leven. En voor zo’n leven noemt ze vier kernelementen: deel uitmaken van een groep, een doel in je leven hebben, een verhaal over je leven kunnen ‘maken’ zodat je een duidelijke identiteit ontwikkelt, en tot slot de ervaring van een mysterie dat het leven ontstijgt.

Als de bronnen van zingeving, zoals een groep, een club, een kerk of andere gemeenschap zijn verdwenen zoeken mens in hun eentje naar betekenis. Dat leidt al gauw tot scheefgroei. De psychologe hanteert als drijfveer: heb lief, richt je op de ander, niet op jezelf. Storend noemt ze die geluksboeken waarin de gerichtheid op de ander wordt afgeraden omdat je er ongelukkig van zou worden. Maar problemen of verdriet bij een ander kunnen juist je eigen inzicht vergroten, en op die manier bijdragen aan de betekenis van je eigen leven. Nog een uitspraak: Vertel studenten niet dat ze wereldreizen moeten maken om zichzelf te vinden, maar dat ze de nood in de wereld moeten gaan zien en zichzelf nuttig maken. Stof tot nadenken lijkt me.  

In dit verband troffen me ook een paar opmerkingen uit een interview vorige maand met Alexander Rinnooy Kan. (Ooit genoemd ‘de invloedrijkste man van Nederland’, gelet op zijn vele bijdragen aan onze maatschappij als rector-magnificus van een universiteit, hoogleraar, voorzitter bestuur ING, voorzitter van de SER etc.). Sprekend over de zin van het leven noemt hij heel belangrijk het besef onderdeel te zijn van een onbegrijpelijk wonder. Vragen over de zin van het leven ziet hij als een van de meest zinvolle ingrediënten van het leven zelf. Ieder antwoord roept weer nieuwe vragen op, en elk inzicht zorgt weer voor nieuwe onduidelijkheden. Naarmate je meer beseft dat je van dat wonder deel uitmaakt neemt de zin van je leven toe. Je eigen mening en ervaringen worden pas betekenisvol door hun waarde voor anderen. En omgekeerd: hun waarden en gedachten brengen jou winst. Ook het onvolmaakte of onvervulde is van waarde, want het houdt je bescheiden en stemt je dankbaar voor wat je wel hebt kunnen bereiken. Aldus Rinnooy Kan.

Toegeven: het vorige is wat filosofisch van inhoud. Maar terugveren, bezinnen, nadenken over ons leven en hoe dingen voortaan beter kunnen kan geen kwaad nu we een verplichte pas op de plaats moeten maken. Wie weet houden we er echt iets beters aan over. Voor jezelf, of voor een ander.         

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)