Wie het sprookje van Roodkapje kent weet hoe dat afloopt. Bij de discussie waarin we nu al sinds maart met elkaar worstelen gaat het niet om een sprookje, en weten we niet hoe het zal aflopen. We hebben minimaal de hoop dat het goed komt, en graag snel. Toch zijn er opmerkelijke overeenkomsten met het sprookje. Roodkapje had een doel voor ogen: bijdragen aan het welzijn van grootmoeder. Maar ze wist niet hoe ze oma zou aantreffen. We zijn op weg naar een beheersing van Corona, liever nog een ‘oplossing’. We houden afstand, en een mondkapje lijkt steeds vaker nodig. Onderweg ontmoeten we veel grote en kleine Boze Wolven. We noemen ze dan meestal Boze Burgers. Soms zijn we er zelf een.

Op de vraag ‘zeg Mondkapje waar ga je henen, zo alleen?’ kun je heel veel reacties tegenkomen. De wetenschap stelt dat er geen bewijs is dat een mondkapje helpt, hooguit in bepaalde situaties. Verwarring en tegenstrijdige meningen maken het veel mensen moeilijk te weten wat waar is. Maar ook als het niet zou helpen kun je ervoor kiezen om daarmee een signaal af te geven, een herinnering aan het ongrijpbare gevaar dat in de lucht hangt. Dat heeft meer effect dan de herhaalde roep om een afstand die steeds minder wordt nageleefd, of soms niet te handhaven is. Er zijn mensen die geloven in ‘viruswaanzin’, en beweren dat het allemaal onzin is. Het toppunt van triestheid is dan nog de groei van de complotdenkers. Pas hoorde ik iemand over een eventueel vaccin zeggen ‘ik laat me niet inenten, je weet maar nooit wat ze er allemaal instoppen’. Nou ja …        

Er zijn dus mensen die radicaal zeggen geen mondkapje te gaan dragen. Wat me ook opvalt is het grote aantal mensen dat zegt dat het ‘eigenlijk’ wel nodig is of wordt, maar in het midden laat of ze het ook zelf gaan doen. Speciaal onder jongeren proef je vaak geen enkele urgentie. Een beetje verklaarbaar uit het feit dat die categorie zelf minder kwetsbaar lijkt (hopelijk blijft dat ook zo). Maar ook ontbreekt het verantwoordelijkheidsbesef dat ze een risico vormen voor anderen. Soms uit nonchalance, soms uit een basishouding alsof er recht is op een leven waarin je zelf wel bepaalt wat je doet. Je wacht haast op een opstand van ouderen. Of vanuit het bedrijfsleven: een nieuwe C-golf kan de nekslag zijn voor velen die het nu nog maar net gered hebben. 

In het hele veld van argumenten en standpunten is er naar je mag hopen nog steeds een grote meerderheid die zich wel degelijk verstandig opstelt. Bij dit alles wordt er al gauw naar de overheid gekeken. Die moet voor de een snel optreden, voor de ander  juist ophouden zich met onze vrijheid te bemoeien (met allerlei variaties daartussen). Het is ook de typische rol van een overheid om, waar het volk verdeeld is, een weg te wijzen tot welzijn van datzelfde volk. Roodkapje kent de route en heeft een mandje met gezond gedrag, maar onderweg staan er voortdurend Boze burgers kritisch te roepen. Zo bezien wordt de overheid in de rol van de jager gedrongen die met een uiterst pijnlijke ingreep grootmoeder moet redden. Maar als ze dat doet staan er onmiddellijk weer Boze Burgers klaar die de overheid beschuldigen van despotisme, dictatuur e.d.

Dat is gek. Want iedereen kan zowel uit de cijfers als de praktijk weten wat er aan de hand is, wat niet werkt, en wat wel. En we zijn toch maar wat blij dat we niet geleid worden door heersers als Bolsonaro, Orban, om niet meer te noemen. Het is bewezen dat je met weliswaar soms pijnlijke of vervelende, maar toch ook simpele maatregelen veel kunt bereiken in een strijd die we allemaal willen winnen. Laten we blijven protesteren tegen anarchistische krachten, populisme, egoïsme, en tegen mensen die overal tegen zijn, behalve tegen zichzelf. (Of juist tegen zichzelf, maar dat is iets voor psychiaters.) Moraal: laten we op weg naar het goede doel de wolven op afstand houden.

Ton van Leijen ()