‘We moeten het samen doen’ hoor je vaak. Samen. Ooit schreef iemand dat als je een woord vaak hoort gebruiken de betekenis ervan niet meer wordt gekend. Dat is natuurlijk erg zwart-wit gesteld, want er zijn gelukkig heel veel voorbeelden waaruit iets anders blijkt. Toch kan het begrip ‘samen’ gemakkelijk worden uitgehold, dus een waarschuwing is geen luxe. Het woord valt ook nu weer, bij alle beperkingen, op weg naar kerst. Er wordt aandacht gevraagd voor eenzaamheid. Je ziet vormen van solidariteit waarbij men iets voor een ander wil betekenen. Gelukkig maar.

De slogan ‘samen krijgen we corona eronder’ zal bijna niemand bestrijden. Maar hoe gemakkelijk wordt dat ‘samen’ opgevat als iets dat vooral die ander moet doen. De lock-down wordt door verstandige Nederlanders als onontkoombaar gezien. Tegelijk worden na elke maatregel alles en iedereen aan tafel geroepen om vooral de zwakke punten van het beleid uit te stallen. Omdat iemand meent zelf een uitzondering te vormen, of recht te hebben op soepelheid: bedrijfstakken, sport, evenementen, scholen, enz. Soms is dat alleszins gerechtvaardigd of begrijpelijk, maar niet altijd. Virusbestrijding kan niet zonder pijn.

Daarbij worden er ook dingen zichtbaar waar je normaliter niet bij stilstaat. Ik vond het grappig te horen van liplezers (slecht- of niet horenden) dat het mondkapje voor hen een probleem brengt. Een heel ander voorbeeld zijn de winkels die zowel eerste levensbehoeften als niet-noodzakelijke dingen verkopen (Grapperhaus duidde dit met ‘jurken en worsten) etc. Er is angst of zorg door het verlies van toekomst voor het bedrijf, inkomsten, zingeving. Er is stress. Denk aan die moeder die thuis werkt en ineens al haar kinderen ook thuis krijgt, terwijl haar man in ziekenhuis of supermarkt hele lange dagen maakt. Dit is met heel veel voorbeelden uit te breiden. Altijd duikt er wel iemand op die terecht aandacht vraagt voor zijn of haar knelsituatie.

Nog steeds echter is het niet de overheid die ons in de problemen brengt, maar het virus en ons eigen gedrag. Het is een open deur dat we het zelf moeten doen. Maar ook met anderen samen. Samen is niet dat je met iemand anders erbij je eigen ding doet. Het gaat een andere kant op: iets samen delen, verdelen, toedelen en zelf aanpassen. Dat kan om iets leuks gaan, maar evengoed om iets moeilijks als pijn, je alleen voelen, hulpbehoevend zijn. Samen iets doen vraagt van jezelf altijd iets in te leveren.

Dan nog blijft het niet gemakkelijk om zelf concreet iets te doen. Het vergt wat van je: inleveren van vrijheid en afzien van eigen plannen, bereidheid de ander in zijn of haar situatie tot zijn recht laten komen en zelf een stapje terug te doen. Daarnaast ook: geduld oefenen, soms afzien, hopen en bidden dat het komende vaccin op den duur het ‘normale’ leven herstelt. Hoe moeilijk ook: we wensen elkaar dat geduld toch toe. Dat ieder voor zichzelf nagaat wat je kunt betekenen voor een ander, hoe bescheiden en in welke vorm dan ook.

Mij speciale wens is dat kerst ons in deze moeilijke tijd verdieping brengt. Verstilling, of dat hele mooie begrip: contemplatie. Nadenken, bewust worden van wat er wel kan, je zegeningen benoemen, dankbaar zijn voor je eigen overvloed, luxe of mogelijkheden. De kern van Kerst is die belofte voor een toekomst die vol is van hoop. Waarin onze gebrokenheid wordt vervangen door heelheid. God werd mens en woonde onder ons; Hij deed wat wij niet kunnen. Die focus helpt je te ervaren wat vrede op aarde echt betekent. Graag wens ik iedereen die dit leest mooie, inhoudelijk rijke kerstdagen toe, met vrede in je hart, zo mogelijk ook vrede samen. Soms lever je daarvoor iets in. Maar wie geeft, die deelt van eigen rijkdom.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)