Er is een tijd geweest waarin we werden opgeroepen eens wat vaker een compliment uit te delen aan een ander. We waren te rationeel, verborgen onze gevoelens, en zo konden we elkaar onzeker maken over wat ‘de ander’ van ons vond, of wat we in de ogen van ‘de maatschappij’ waard waren. De aanhalingstekens verraden al dat ik een zwart-wit-tekening geef, want bij ‘de ander’ hangt het er maar vanaf wie dat is. En ‘de maatschappij’ is nog vager, ongrijpbaar en abstract. In plaats van die terughoudendheid lijkt het erop dat we zijn doorgeslagen naar een andere kant: een overtrokken bejubeling van wat we in elkaar zien.

Die oproep om complimenten te geven had en heeft een speciale functie in het onderwijs. Terecht wordt op scholen het zelfvertrouwen van kinderen bevorderd door ze te laten merken dat ze het goed doen, te stimuleren om door te zetten, en duidelijk te maken dat ze er met hun eigen persoon, mogelijkheden, intellectueel dan wel creatief, mogen zijn. Zolang ook dit maar niet doorslaat en kinderen zo worden bejubeld dat ze komen bloot te staan aan ongezonde ontwikkelingen, zoals de bekende prinsen- en prinsessencultuur, het kweken van narcistische trekjes, dan wel het voeden van faalangst omdat het wel goed, maar nooit goed genoeg is.  

Meer in de volwassenenwereld is er in de laatste jaren in verschillende media in de trend ontstaan om elkaar te bejubelen op een naar mijn mening te vaak uit de bocht vliegende manier. Er wordt gestrooid met bewoordingen als topper, kanjer, mooierd, je bent de beste e.d. Alsof moet worden bevestigd dat er met iemand iets buitengewoons aan de hand is (wat zelden het geval is), alsof iedereen moet uitblinken en excelleren. Alsof er aan hoge schoonheidsstandaards moet worden voldaan. In de oude tijd van brieven schrijven tot zelfs in de begintijd van het mailverkeer gebeurde dit nauwelijks op deze schaal. Sociale media brachten mee dat iedereen van iedereen kon zien hoe men elkaar bejegende, en veel mensen die niet wilden achterblijven namen die nieuwe gewoonte over. Met voor sommigen dan het ijdele bijeffect te laten zien dat ze omgaan met mensen die de moeite waard zijn.

Regelmatig lees je hoe dit tot problemen leidt. Vooral jongeren, of andere mensen die in een kwetsbaar ontwikkelingsproces zitten, spiegelen zich eraan. Ze willen niet achterblijven, en gaan dat ideaalbeeld van volmaaktheid nastreven. Of ze voelen zich buitengesloten van ‘de happy few’, vinden zichzelf een loser vergeleken bij al die ogenschijnlijk zo florerende, succesvolle, van zelfverzekerdheid blakende leeftijdsgenoten. Het risico ligt dan op de loer van gedeprimeerde mensen, of erger. Jammer, maar vooral onnodig: je bent zelf een zeer waardevol mens met je eigen persoonlijkheid, je eigen talenten en unieke eigenschappen. Onzinnig om te willen shinen als een gefotoshopt schoonheidsmodel.  ‘Die jas staat je goed’ is realistischer dan ‘wat ben je een schoonheid in die coat’, want dit laatste suggereert dat het zonder die jas niet veel voorstelt. En durf ook gewoon jezelf te zijn, en tevreden daarmee.

Mannen doen dit net zo goed als vrouwen, maar volgens mij eerder versleuteld in materiële zaken of in meningen, en subtieler. Ze zullen minder snel met hun nieuwe trui op Facebook staan, maar wel graag met vrienden bij een barbecue of een stevige maaltijd met exclusief biertje, of zich sportief showen op hun mountainbike. Maar je kunt natuurlijk best naar een vriend appen ‘wat ben je toch een fijne kerel’, of ‘knap dat het je is gelukt’, en als dat twijfels over jezelf oproept kun je er altijd nog aan toevoegen gelukkig wel een eitje te kunnen bakken (of meer verstand van verzekeren te hebben); maar eigenlijk begin je dan al met een soort zelfrechtvaardiging, en het ging juist niet om jou. In plaats van tegen een vriend met een nieuwe auto te zeggen ‘Zo te zien gaat het goed met jou’ is het beter te zeggen: ‘Wat heb je een mooie auto’ (en zeg er dan niet bij ‘tenminste voor die prijsklasse’).

Ik denk dus dat complimenten wel degelijk waardevol zijn. Maar wat ik bepleit is elkaar niet met onwerkelijke complimenten de hemel in te prijzen. Laat je niet verleiden de ijdelheid die sommige mensen uitstralen te belonen met jouw loftuitingen; herhaal niet wat mensen in jouw bubbel al hebben gejubeld, maar breng de waarde die iemand voor jou heeft haar of hem persoonlijk onder woorden. Oprecht, zonder trendy prietpraat, van hart tot hart. Zo merkt die ander dat het je er niet om gaat haar of zijn ego te strelen, maar dat je de unieke relatie wilt laten blijken. Fijn dat je er bent, fijn dat je bent wie je bent, mooi dat je dat kunt, geniet ervan, fijn dat ik kan meegenieten. Zoiets.   

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)