vlagel

De berichten over de trieste ellende in de Oekraïne overspoelen ons. We worden geconfronteerd met onrecht, zinloze vernietiging, met de slechtheid van leiders, maar ook van de onmacht tot een goede tegenactie. Soms is het goed om dat beklemmende nieuws even los te laten, en ruimte te geven aan het ‘gewone’ leven. Misschien met de gedachte dat er gelukkig toch ook veel mensen zijn die wel deugen. Dat kun je onderbouwen met feiten en cijfers. Rutger Bregman schreef het succesvolle boek ‘De meeste mensen deugen’; hij gaf daarbij toe dat zijn betoog is gebaseerd op de keuze van positieve gegevens. Intussen  valt er bij ons ook iets moois op.

Juist nu de beknelling van corona van ons af begint te vallen komt dit nieuwe probleem vanuit de grenzen van Europa op ons af. Hoe ellendig de genoemde oorlog ook is, juist de ontzetting daarover roept iets goeds bij ons wakker. Het lijkt erop dat we het negativisme van ons afschudden nu we ons storten op de hartelijke ontvangst van de Oekraïense vluchtelingen. Als ik me niet vergis komt daar ook een flink herstel van zelfwaarde in mee. Natuurlijk is wat er nu gebeurt nog maar een begin. Want niemand weet hoe omvangrijk dit wordt, en ook niet hoe lang het gaat duren. Maar wat is het geweldig dat onze harten opengaan.

Ja, er is gelukkig veel goeds onder ons mensen. Misschien was het te lang onopgemerkt, verborgen achter de malaise van noodzakelijke en soms wurgende coronamaatregelen. Maar we leven op, omdat juist deze concrete en urgente vorm van medemenselijkheid breed wordt gevoeld en vormgegeven. De aanleiding is triest, maar in deze nood bloeit er toch iets moois op. Dat doet goed, hoewel we beseffen dat we met onze betrokkenheid en spontane hulp nog maar aan het begin staan. Want we weten niet wat er nog komt, en zeker niet hoe lang het nog gaat duren. Iedereen hoopt op een ommekeer, al was het eerst maar eens een veilige uittocht voor de vluchtenden. Maar op dit moment gloort er nog niet de minste verandering ten goede. 

Veel mensen vangen de Oekraïense mensen thuis op; sommigen hebben ruimte, anderen maken het. Maar dat vraagt veel van hen. Er is vaak een taalbarrière, het is niet eenvoudig om soms getraumatiseerde logees in huis te hebben, die vanzelfsprekend voortdurend benieuwd zijn naar het verloop van de oorlog in hun vaderland. Dat vergt dus voor degenen die onderdak bieden een behoorlijk incasseringsvermogen. Mensen die dat fysiek en mentaal kunnen dwingen groot respect af. Maar niet iedereen kan dat, zeker niet als het erg lang gaat duren. Goed dat we in dit land ook nog een overheidsplicht hebben daarvoor te hulp te schieten, deskundigen van hulporganisaties enz. Ook daarin zien we veel veerkracht om dankbaar voor te zijn.

Over de vraag wat ons als Nederlanders verbindt, of wat ‘de Nederlander’ is zullen we wel nooit uitgedacht en uitgepraat raken. Iets ervan lijkt soms zichtbaar te worden op Koningsdag, als Oranje Olympisch goud haalt, of als we weer eens nostalgisch mijmeren over een Elfstedentocht. Inderdaad: het is een keuze van feiten die een verband kunnen suggereren, of wat er misschien ook wel echt is. In ieder geval is het duidelijk dat een gezamenlijk doel ons verenigt, zeker als dat doel te maken heeft met ervaren onrecht, zoals nu. Het biedt een klein beetje tegenwicht bij alle somberheid. Het geeft een warm gevoel, het doet ons denk ik allemaal goed. Dat kunnen we wel gebruiken in de nacht die bij onze Europese buren in Oekraïne steeds donkerder wordt.            

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)